De Internationale

Uitgelezen


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, 1994, voorjaar, (nr. 49), jg. 38
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Qr-MIA

       
Leest u dit met een smartphone?
Met (enkele) smartphones moet u zelf uitmaken welke modus voor u geschikt is


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Nieuwe verzameling geschriften Jim Cannon

Naast de al vele jaren bekende boeken van Cannon, zoals o.a. The Struggle for a Proletarian Party en Socialism on Trial verscheen onlangs James P. Cannon and the Early Years of American Communism (Selected Writings and Speeches, 1920-1928). Dit boek met artikelen van de vader van het Amerikaans trotskisme, maar zoals ook uit dit boek blijkt eigenlijk al van de communistische beweging, is een nuttige aanvulling op Cannons boek The First Ten Years of American Communism. Het boek met een uitstekende inleiding gaat in op verschillende politieke discussies die in die jaren speelden: over het overeind houden van een illegale structuur naast de legale partij; over het vraagstuk van de brede arbeiderspartij; over het werken in het syndicale vakverbond IWW (Cannon werkte in de Wobblies) en in de meer reactionaire American Federation of Labor; over de verschillende tendensen in de partij; over de discussies binnen de Komintern; over het ‘negervraagstuk’; Canons strijd tegen het ‘factionalisme’; de toenemende invloed van de staliniserende Communistische Internationale; Cannons toenadering tot de standpunten van de Linkse Oppositie rond Trotski; en nog veel meer.

Als bewust revolutionair en organisator van de strijd van de arbeidersklasse leerde Cannon dat deelsuccessen en de uiteindelijke overwinning afhankelijk zijn van het veranderende sociale bewustzijn. Het gaat om het activeren van brede lagen van de arbeidersklasse en om het toepassen van democratie in het organiseren van de sociale strijd. Dat is de rode draad in het leven van Cannon.
Het boek (meer dan 600 pagina’s) bevat verder zeldzame foto’s en een bibliografie van de geschriften van Cannon. (R.B.)

James P. Cannon and the Early Years of American Communism. Selected Writings and Speeches, 1920-1928 Prometheus Research Library Book, ISBN 0-9633828-1-0. Prijs Fl. 32,- Te bestellen via ISP.

Socialist Register 1993


In Nederland verscheen onlangs het derde nummer van KRITIEK, jaarboek voor socialistische analyse en discussie. Het grote voorbeeld voor Kritiek is het nu al vele jaren in Londen gepubliceerde jaarboek Socialist Register, dat overigens de publicatie van de eerste drie nummers van Kritiek financieel mede mogelijk maakte.
Eind 1993 verscheen het 29e nummer van Socialist Register, onder redactie van Ralph Miliband en Leo Panitch. Net als in voorgaande jaren heeft ook dit nummer weer een centraal thema: “Real Problems, False solutions”. In hun introductie schrijven de samenstellers dat we in een tijd van grote politieke turbulentie leven, waarin veel socialistische verwachtingen verdwenen zijn, hoewel het wereldkapitalisme enorme urgente problemen kent. In zo’n tijd is het onvermijdelijk dat zowel ter rechter als ter linkerzijde nieuwe ideeën ten tonele verschijnen die niet in staat zijn de problemen die ze geacht worden op te lossen serieus aan te pakken.
In dit nummer van Socialist Register komt een aantal van zulke doodlopende wegen en “morbide symptoomantwoorden”, en wat de alternatieven daarvoor zijn, aan bod. In twaalf artikelen worden ontwikkelingen en trends in en rond ecologie, feminisme, sociaaldemocratie, postmodernisme, nationalisme en immigratie geanalyseerd en kritisch tegen het licht gehouden. Er zijn onder andere artikelen van David Harvey, Christopher Norris, Lynne Segal, Michael Löwy, John S. Paul, Saul Landau en Daniel Singer. Hoewel, zoals bijna onvermijdelijk bij zo’n bundel, het ene artikel meer uit de verf komt dan het andere is het nummer als geheel zoals altijd zeer gedachteprikkelend en daarom van harte aanbevolen. (R.W.)

Ralph Miliband en Leo Panitch (red.), Socialist Register 1993, Merlin Press, London 1993. ISBN 0-85036-430-2

Groenlinks en het Centraal Planbureau


Groenlinks heeft dit jaar voor het eerst haar verkiezingsprogramma laten doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB). Daarmee hoopt de partij tijdens de verkiezingscampagne serieuzer genomen te worden door de andere partijen die dat ook laten doen: VVD, CDA, PvdA en D66. Die verweten Groenlinks bij de vorige verkiezingen onrealistische onuitvoerbare ideeën te hebben: “Jullie weten dat zelf ook wel, want jullie laten niet voor niks je programma niet doorrekenen door het CPB”, kreeg Groenlinks toen vaak te horen. De terechte reactie van Groenlinks was toen dat het CPB helemaal niet geschikt is om een programma dat de maatschappij drastisch wil veranderen door te rekenen, omdat de door het CPB gebruikte modellen door hun aannames en opzet alleen mooie resultaten geven bij programma’s die leiden tot een optimaal functionerend kapitalisme. Een radicaal antikapitalistisch programma moet de CPB-computers op tilt doen slaan. Met dat verhaal waren veel ‘realo’s’ binnen Groenlinks echter niet gelukkig en de discussie over wel of niet naar het CPB gaan dook dan ook geregeld opnieuw op. Het Wetenschappelijk Bureau van Groenlinks besloot daarop een studie naar het CPB op te zetten. Dat leidde tot een brochure en een studiedag, met onder andere een discussie met de directeur van het CPB, de VVD’er Zalm. Het congres van Groenlinks in november besloot, met nog maar een kleine minderheid tegen, dit keer wel met het CPB in zee te gaan. Heel vreemd, want in de zeer nuttige brochure van het Wetenschappelijk Bureau van Groenlinks wordt juist goed op een rij gezet wat de problemen zijn met het CPB, met het werken met modellen en met de aannames en structuur van het gehanteerde model (hogere lonen betekent meer werklozen).

Inmiddels heeft het CPB het verkiezingsprogramma van Groenlinks door haar modellen gehaald en er haar goedkeuring aan gegeven. De computer is niet op tilt geslagen, het Groenlinks programma is uitvoerbaar.

Helaas zegt dat meer over het programma van Groenlinks dan over het CPB. Het CPB geeft ons gelijk, we kunnen met dit programma regeren, roept lijsttrekster Ina Brouwer enthousiast. En zo blijkt dat de gang van Groenlinks naar het CPB geen toeval is, maar als symbool kan dienen voor het geringe utopische gehalte van het programma van Groenlinks en voor de knieval die een groot deel van Groenlinks in toenemende mate maakt voor “realisme” en “geloofwaardigheid”, zoals gedefinieerd door de huidige verhoudingen en de grote politieke partijen. (R.W.)

Harry van den Berg, Gert Both en Paul Basset, Het Centraal Planbureau in Politieke zaken, Wetenschappelijk Bureau Groenlinks, Amsterdam, 1993. ISBN 90-72288-10-6.

Ondergang van een beschaving.


Romans die iets vertellen over de geschiedenis vind ik het leukst. En eerlijk gezegd: mijn kennis over de Moorse beschaving in Spanje (Spaanse Staat, zeggen wij politically correct in de SAP) beperkt zich tot de middelbare school. Karel Martel verslaat de Moren in 732 in de slag bij Poitiers. Daarna trekken die zich definitief achter de Pyreneeën terug. En dat was goed natuurlijk, want het waren immers verfoeilijke Moren.

Dat beeld werd geromantiseerd, en dus versterkt, door mijn tweede bron van kennis: de film El Cid. Met Richard Burton als De Held die die Moorse baardapen onbarmhartig in de pan hakt, waarmee doeltreffend hun inferioriteit werd bewezen. Het rooms-katholicisme van Ferdinand, Isabella en de Inquisitie had gezegevierd. Eindelijk beschaving!

Tariq Ali’s Shadows of the pomegranate tree is mooi, is treurig en maakt je kwaad. Shadows of the pomegranate tree laat je vanuit Moors perspectief de Moorse beschaving en haar uiteindelijke ondergang zien. De Moren als tolerante en moderne goeierikken, die door barbaarse rooms-katholieke slechterikken onder leiding van Ximenes de Cisneros de Middellandse Zee in gedreven worden of noodgedwongen integreren.

De clan van Hassan al-Hudayl trekt in 932 A.D. uit Dimashk (Damascus) weg en bereikt de verste westerse uitpost van de islam in datzelfde jaar. Ze strijkt neer in Ghamata (Granada). De nazaten rest bijna vijf eeuwen later niet veel meer dan vergane glorie. Isabella beheerst het grootste deel van Spanje. De streek rondom Granada is de laatste waar de Moren nog redelijk ongestoord hun geloof kunnen uitoefenen en hun eigen leven leiden. Op 1 december 1499 stuurt Ximenes de Cisneros, Isabella’s rechterhand, zijn soldaten Granada in. Zij hebben de opdracht alle Arabische boeken uit de tweehonderd bibliotheken die de stad rijk is te confisqueren. Later op de dag vindt een massale boekverbranding plaats. De dag ervoor hadden enkele katholieke geleerden hem ervan weten te overtuigen driehonderd werken voor de vlammen te sparen. Met name handleidingen over astronomie en medicijnen. Zij vertegenwoordigden de belangrijkste vooruitgang in de wetenschap sinds de oudheid en zullen een belangrijke basis vormen voor de Renaissance. (EvL)

Tariq Ali: Shadows of the pomegranate tree, 1992, Picador, Londen.

Aan de rubriek Uitgelezen werd deze keer meegewerkt door Ron Blom, Ernst van Lohuizen en Robert Went.